Zie hier, ô jeugd! met lust, de koordendanssery, / Dat gaat 'er stout op af; dat maakt uw zinnen bly; / Beschouw daar nevens ook het balanceeren, springen, / En hoe die kunstenaars hun leden kunnen dwingenDeze hond blaft niet. / Deze kat snoept nietDit wonder-werk zeer wel bekend / Staat af-gebeeld in deze prent (...)Dieren en plantenVoor kindren die het exerceeren / Uit deeze afbeeldsels willen leeren, / Vertoont zich, in dit prent-tafreel, / Het manuaal in zyn geheelZie, jeugd! den nyvren boer, niet aarslende in zyn pligten / Zyn werk, in elk gety van 't jaar, met vlyt verrigten, / Terwyl de visscher vischt, de jager gaat ter jagt, / En ook de wintervreugd door andren wordt betrachtMejuffer Alida, wiens zinnen / Hoogmoedig, spytig zyn in 't minnen, / Wordt fraai bedrogen, daar zy Jan / Den schoorsteenveger krygt ten manMen stopte u eertyds, lieve jeugd! slechts prullen in de hand, / Thans yvert wààre kunst voor u, terwyl ze uw nut beoogt, / Monstreuse vodden, zonder smaak, zelfs schaadlyk voor 't verstand; / Elk prentjen is een tekenles, die gy wel volgen moogtZie, Jeugd! hoe zich Urbaan gedraagt / En Izabel haar Lot beklaagt / Maar zie ook hem, die trouw dorst breeken, / Weêr aangenomen op zyn smeekenHier ziet men afgebeeld wat men een hond kan leeren, / Hem wennende om 't bevel van zijnen heer te eerenDus werkt de warmoezier, wiens vlyt op vruchten hoopt, / Tot hy 't volgroeid gewas ter markt om winst verkooptNaar landaarts wys en modes smaak / Ziet men in prent hier menig snaak. / Wat ieder zal in beeldnis weezen, / Kunt gy, ô jeugd! daar onder leezenMen ziet in 't Amstelwater schuiten, / Vermaaklyk vaaren, meest met vis [(...)]Zie, jeugd! den nyvren boer, niet aarslende in zyn pligten / Zyn werk, in elk gety van 't jaar, met vlyt verrigten, / Terwyl de visscher vischt, de jager gaat ter jagt, / En ook de wintervreugd door andren wordt betrachtDus toont men hier een schets van wintervrolykheden, / Of die men daar voor houdt, bedreeven op het ys. / Hy, die 'er smaak in vindt, kan op verscheiden wys / Genoeglyk zynen tyd, en ook zyn geld bestedenZiet, kindren! in deez' prent, hoe wy ons eertyds kleedden: / Leert, uit de versjens, ons verschil in aart en zedenHet Oost-Indiesch compagnies-jagtDe twaalf aartsvaderen, de zonen Jacobs ziet / Men hier ten trappenrei gesteld met hunnen namen, / Gelyk zy tot hem om zyn laatsten zegen kwamen, / Wel wetende dat God dien zegen zelf gebiedtZie hier drie vaderen van de eerste wereld, met / De drie aartsvaderen van Isrel, vóór de wet [(...)]Pefroen, die bloed, doos lys gedwongen / Meer dan een onnoozelen jongen / Verbeterd eindlyk 't slechte wyf; / Door digte slagen op haar lyfZie hier, ô Jeugd! het lot des Levens van een Paard, / Wulpsch, moedig, trotsch, en sterk, maar strydbaar ook van aart. / Het wordt nochthans al meest tot slaverny gebooren; / Is 't oud, men slaat het dood: den vilder mag 't behoorenDieren en plantenDieren en plantenBidprentjesHier ziet men afgebeeld wat men een hond kan leeren, / Hem wennende om 't bevel van zijnen heer te eerenHier ziet ge, ô kinders! u ten afschrik, afgebeeld, / Welke ongeregeldheen het kwaad huishouden teelt / Daar man en vrouw weerzyds door tweedragt aangedreven, / In dronkenschap, gekyf en slaan, ellendig levenPefroen, die bloed, doos lys gedwongen / Meer dan een onnoozelen jongen / Verbeterd eindlyk 't slechte wyf; / Door digte slagen op haar lyfZie hier, ô jeugd! met lust, de koordendanssery, / Dat gaat 'er stout op af; dat maakt uw zinnen bly; / Beschouw daar nevens ook het balanceeren, springen, / En hoe die kunstenaars hun leden kunnen dwingenHier is thands veel vreugd te vinden, als gy ziet aan deeze vrinden, / In 't onbekend Luilekkerland, een ieder heeft het abondantDieren en plantenô jeugd! beschouw hier, met verstand, / Uitheemsche liên, gewas en plant; / Dus moogt ge uw oog en geest vermaaken / Met deeze u voorgestelde zaakenVan al de letters, op de letterlyst gesteld, / Vindt ge onder elk de zaal, die u 't afbeeldsel meldt, / Gy kunt, ô jeugd! dan naam daar van dus leeren spellen; / of leezen, om hierin een nut vermaak te stellenDer boeren en der herdren leven, / En wat hun veld en akker geven, / 't vermaak, de winst door 't nutte vee, / Deelt u, ô jeugd! dit prentstel meêLet, jongens! op deez' prent, zo ze u behaagt, en ziet / Daarin, wat in den kryg te land en zee geschiedtZiet, kindren! afgebeeld een reeks van Liên, wien handel / In veelerhande slach van waaren, by hun handel [(...)]Zie, jeugd! den nyvren boer, niet aarslende in zyn pligten / Zyn werk, in elk gety van 't jaar, met vlyt verrigten, / Terwyl de visscher vischt, de jager gaat ter jagt, / En ook de wintervreugd door andren wordt betrachtWil, kindren! u met deeze snaaken, / En met hun zang en spel vermaaken, / of schoon 't niet door uw ooren dringt / Wat elk van hun of speelt, of zingtZie, Jeugd! hoe zich Urbaan gedraagt / En Izabel haar Lot beklaagt / Maar zie ook hem, die trouw dorst breeken, / Weêr aangenomen op zyn smeekenWil, jeugd! uw oog en geest vermaaken, / Met Bybelsche historizaaken; / Waarin gods magt u wordt getoond, / Die 't kwaade straft en 't goede loontDe groote vermakelyke harte-jagtZiet hier, tot uw vermaak, wat men u komt vertoonen, / In 't doolhoof te Amsterdam, en zo gy 't by wilt woonen, / ô kindren! daar gy zit te kyken met gemak, / Steek deeze prent daar toe vooräf dan in uw zakLet, jongens! op deez' prent, zo ze u behaagt, en ziet / Daarin, wat in den kryg te land en zee geschiedtDus werkt de warmoezier, wiens vlyt op vruchten hoopt, / Tot hy 't volgroeid gewas ter markt om winst verkooptDer boeren en der herdren leven, / En wat hun veld en akker geven, / 't vermaak, de winst door 't nutte vee, / Deelt u, ô jeugd! dit prentstel meêVoor kindren die het exerceeren / Uit deeze afbeeldsels willen leeren, / Vertoont zich, in dit prent-tafreel, / Het manuaal in zyn geheelKindren! hebben we u, reeds dikwyls, met een nieuwe prent voldaan, / Deeze neemt gy, ongetwyfeld, weder met genoegen aanDoor deez prentjens, met hun versjens, wordt gy, kinderen! gebragt, / Op het pad der zaalge kennis van Gods wysheid, van zyn magtZiet, kindren! afgebeeld een reeks van Liên, wien handel / In veelerhande slach van waaren, by hun handel (...)Zie hier drie vaderen van de eerste wereld, met / De drie aartsvaderen van Isrel, vóór de wet [(...)]Kindren! zo gy met elkander, over deeze beeldjens praat, / Zult gy zeker wel iet leeren, dat myn werk niet vruchtloos laat´T onschuldige vermaak der kindren, / Is aangenaam en kan niet hindren, / Maar 't schrikverwekkend onbescheid / Is 't dat de jeugd vermaak ontzeidVan al de letters, op de letterlyst gesteld, / Vindt ge onder elk de zaal, die u 't afbeeldsel meldt, / Gy kunt, ô jeugd! dan naam daar van dus leeren spellen; / of leezen, om hierin een nut vermaak te stellenMen ziet hier jagers met hun honden; / Hoe 't wild betrapt wordt en gevonden, / Ook hoe men vischt met snoer en net; / Vindt, kindren! hierin dan uw pretDer boeren en der herdren leven, / En wat hun veld en akker geven, / 't vermaak, de winst door 't nutte vee, / Deelt u, ô jeugd! dit prentstel meêHier ziet ge, ô kinders! u ten afschrik, afgebeeld, / Welke ongeregeldheen het kwaad huishouden teelt / Daar man en vrouw weerzyds door tweedragt aangedreven, / In dronkenschap, gekyf en slaan, ellendig levenWil, jeugd! uw oog en geest vermaaken, / Met Bybelsche historizaaken; / Waarin gods magt u wordt getoond, / Die 't kwaade straft en 't goede loontDus werkt de warmoezier, wiens vlyt op vruchten hoopt, / Tot hy 't volgroeid gewas ter markt om winst verkooptZie, jeugd! hoe deeze prent u biedt / Wat u, van jongs af aan geschiedt; En welk een zorg voor nutte zaaken / Vereischt wordt, om 't kind groot te maakenZie, jeugd! hoe deeze prent u biedt / Wat u, van jongs af aan geschiedt; En welk een zorg voor nutte zaaken / Vereischt wordt, om 't kind groot te maakenBybelsche figuuren, des Ouden Testaments