Stichter, erven weduwe Cornelis

Dus werkt de warmoezier, wiens vlyt op vruchten hoopt, / Tot hy 't volgroeid gewas ter markt om winst verkoopt

SEE IT IN PERSON

In the collection of Rijksmuseum, Amsterdam — check current display status with the museum.

View at rijksmuseum.nlPlan a visit ↗

Discussion

Be the first to share your thoughts.

Sign in to join the discussion.

Community guidelines

More by Stichter, erven weduwe Cornelis

Zie hier, ô jeugd! met lust, de koordendanssery, / Dat gaat 'er stout op af; dat maakt uw zinnen bly; / Beschouw daar nevens ook het balanceeren, springen, / En hoe die kunstenaars hun leden kunnen dwingenZie hier, ô jeugd! met lust, de koordendanssery, / Dat Deze hond blaft niet. / Deze kat snoept nietDeze hond blaft niet. / Deze kat snoept nietDit wonder-werk zeer wel bekend / Staat af-gebeeld in deze prent (...)Dit wonder-werk zeer wel bekend / Staat af-gebeeld in deze pDieren en plantenDieren en plantenVoor kindren die het exerceeren / Uit deeze afbeeldsels willen leeren, / Vertoont zich, in dit prent-tafreel, / Het manuaal in zyn geheelVoor kindren die het exerceeren / Uit deeze afbeeldsels willZie, jeugd! den nyvren boer, niet aarslende in zyn pligten / Zyn werk, in elk gety van 't jaar, met vlyt verrigten, / Terwyl de visscher vischt, de jager gaat ter jagt, / En ook de wintervreugd door andren wordt betrachtZie, jeugd! den nyvren boer, niet aarslende in zyn pligten /Mejuffer Alida, wiens zinnen / Hoogmoedig, spytig zyn in 't minnen, / Wordt fraai bedrogen, daar zy Jan / Den schoorsteenveger krygt ten manMejuffer Alida, wiens zinnen / Hoogmoedig, spytig zyn in 't Men stopte u eertyds, lieve jeugd! slechts prullen in de hand, / Thans yvert wààre kunst voor u, terwyl ze uw nut beoogt, / Monstreuse vodden, zonder smaak, zelfs schaadlyk voor 't verstand; / Elk prentjen is een tekenles, die gy wel volgen moogtMen stopte u eertyds, lieve jeugd! slechts prullen in de han

More like this

Leert / kind'ren! door deez' prenttafreelen / Kunstmatig lezen / onder 't speelenRynders, Erven H. — Leert / kind'ren! door deez' prenttafreeAfbeelding van de bruiloft van Kloris en Roosje / oud berugt klugtspel / welke jaarlyks op de schouwburg wordt vertoondRynders, Erven H. — Afbeelding van de bruiloft van Kloris enKindren! Leer in 't vroege begin, leer by poppengoed, / Wat us in een beter stand, nuttog weezen moet, / Deugd, kunt gy uit 't kinderspel, leeren met vermaak, / Ook het allerkleinst begin, [(...)] eerd een vrouwen zaamSchalekamp & Van de Grampel — Kindren! Leer in 't vroege begTiel uilenspiegel, in zyn leven, / Heeft zeer veel snaakery bedreeven, / Die dikwijls iemand lagchen doet; / Maar welke men nooit volgen moetTiel uilenspiegel, in zyn leven, / Heeft zeer veel snaakery Afbeelding van de bruiloft van Kloris en Roosje / oud berugt klugtspel / welke jaarlyks op de schouwburg wordt vertoondRynders, Erven H. — Afbeelding van de bruiloft van Kloris enJonkheid wild' gy speelen leeren / komt met Cupido verkeeren / Want hy wind van yder prys / Niemand die is hem te wysSchalekamp & Van de Grampel — Jonkheid wild' gy speelen leerDe vertelling van Klein Duimpje met den wildemanDe vertelling van Klein Duimpje met den wildemanWie immer Amsterdam beziet / Vergete toch het doolhof niet / Waarvan men / in dees prenttafreelen / De jeugd een schets tracht mee te deelenRynders, Erven H. — Wie immer Amsterdam beziet / Vergete tocLees, en beschouw, ô jeugd! met een vergnoegd gezigt; / Wat menig kunstenaar en ambachtsman verrichtLees, en beschouw, ô jeugd! met een vergnoegd gezigt; /Zie daar, o jeugd! u weêr onthaald / Het geld, dat gij er voor betaalt, / op schilderyen van ons leven; / Zal goed verstand voor intrest geevenJan Oortman (Sr.) — Zie daar, o jeugd! u weêr onthaald [Tiel uilenspiegel, in zyn leven,] / Heeft zeer veel snaakery bedreeven, / [Die dikwijls iemand lagchen doet;]/ Maar welke men nooit [volgen moet][Tiel uilenspiegel, in zyn leven,] / Heeft zeer veel snaakerKindren! hebben we u, reeds dikwyls, met een nieuwe prent voldaan, / Deeze neemt gy, ongetwyfeld, weder met genoegen aanJan Oortman (Sr.) — Kindren! hebben we u, reeds dikwyls, met