's Menschen Intreede op deeze waereld. / Deeze prent leerd uw, ô jeugd! wat ge in ryper tyd, / aan uw waardig Oud'ren paar dankbaar schuldig zyt, / Want van 't eerste oogenblik tot aan 's menschen dood, / Is het geen dat hy behoefd, alle dagen grootVoorziet u deezen tyd, op dat de winterdagen, / Uw by een warme haard, niet al te veel doen klagen, / Maar 't is de groote vraag: schoon dat men slagtmaand teld, / Hebt gy voor vleesch en spek een goede beurs met geld?Jonkheid wild' gy speelen leeren / komt met Cupido verkeeren / Want hy wind van yder prys / Niemand die is hem te wysKindren! Leer in 't vroege begin, leer by poppengoed, / Wat us in een beter stand, nuttog weezen moet, / Deugd, kunt gy uit 't kinderspel, leeren met vermaak, / Ook het allerkleinst begin, [(...)] eerd een vrouwen zaam